Oorzaken van het imperialisme
Naar een volledig bestuur
Engeland en Frankrijk veroverden van 1870 t/m 1900 grote stukken van Azië en Afrika, dit gaf meteen invloed. Dat kwam onder andere door directe oorzaken:
Goedkoper bestuur
Europeanen waren alleen geïntresseerd in de handel met Azië, want een grote kolonie besturen kostte veel geld. Maar toen in de 19e eeuw kwamen er uitvindingen (bijvoorbeeld de stoomtrein) waarbij je met lage kosten een groot gebied kon besturen, dat heette een indirect bestuur.
Vorsten en bestuurders konden op hun plek blijven, en de orders werden uitgewerkt door Engelse ambtenaren. Nederland ging dit ook gebruiken bij Nederlands-Indië.
Grondstoffen en afzetmarkt
Katoen, rubber en olie waren erg belangrijk voor Nederland, die grondstoffen hadden ze nodig voor de industrieën. Ze konden dan voor een lage prijs grondstoffen uit kolonieën halen. In hun eigen land konden ze de producten verwerken en dan voor een duurdere prijs terugverkopen, om winst te maken.
Nationalistische gevoelens
Het nationalisme ontstond in de 19e eeuw. Veel mensen waren trots op hun volk, vaderland en geschiedenis. Met veel kolonieën had je een sterke economie en had je veel aanzien. Landen hielden tegen alle andere landen een soort van wedstrijd wie de meeste kolonieën had. In de kranten werd veel geschreven over nieuwe ontdekkingen en expedities in Afrika en Azië, en nieuwe gebieden werden op de kaart getekend. Ze waren trots op hun ontdekkingen.
Toen kwam het Duitse rijk, en dat werd ook een grootmacht. Dat was een grote verandering, want eerst waren Frankrijk en Engeland de baas in Europa. Maar Europa wilde nieuwe gebieden ontdeken, en zijn macht uitbreiden, en daar hielp Duitsland dan bij.
Olie, rubber en katoen waren dé producten die Nederland nodig had. Deze producten verwerkte ze zelf, en gingen de verwerkte spullen voor een hogere prijs verkopen. Volledige afzet dus.
Maak jouw eigen website met JouwWeb